Appellante heeft voldaan aan de voorwaarde voor het recht op langdurigheidstoeslag nu zij binnen de referteperiode de teveel ontvangen bijstand als gevolg van schending van de inlichtingenverplichting heeft terugbetaald
Appellante heeft voldaan aan de voorwaarde voor het recht op langdurigheidstoeslag nu zij binnen de referteperiode de teveel ontvangen bijstand als gevolg van schending van de inlichtingenverplichting heeft terugbetaald
Appellante heeft in de referteperiode uitsluitend bijstand als inkomen ontvangen. Binnen deze periode heeft appellante als gevolg van schending van de op haar rustende inlichtingenverplichting gedurende ruim vijf maanden ten onrechte bijstand naar de norm voor gehuwden ontvangen. Eveneens binnen de referteperiode is dit gecorrigeerd, in die zin dat de bijstand is herzien en teruggevorderd en appellante het teruggevorderde bedrag heeft terugbetaald.
Betrokkene betaalt per maand een aanzienlijk hoger bedrag aan onderhoudskosten voor het kind dan de vader. Hieruit volgt dat betrokkene voor toekenning van kinderbijslag in aanmerking komt.
Betrokkene betaalt per maand een aanzienlijk hoger bedrag aan onderhoudskosten voor het kind dan de vader. Hieruit volgt dat betrokkene voor toekenning van kinderbijslag in aanmerking komt.
In geding is de vraag of betrokkene het kind onderhoudt als een eigen kind, zoals bedoeld in artikel 7, lid 10, van de AKW. De Raad kan de SVB niet volgen in diens stelling dat uit rechtspraak van de Raad valt af te leiden dat, zodra een derde in belangrijke mate bijdraagt in het onderhoud van het kind, van onderhouden als eigen kind niet meer gesproken kan worden. Voor deze stelling vindt de Raad geen steun in zijn rechtspraak. In de wet- en regelgeving inzake de AKW is geen nadere omschrijving gegeven van het begrip onderhouden als eigen kind.
Terugkomen van de gedragslijn inzake het zonder bewijsstukken accepteren van gedeclareerde kosten griffierecht en eigen bijdragen rechtsbijstand
Terugkomen van de gedragslijn inzake het zonder bewijsstukken accepteren van gedeclareerde kosten griffierecht en eigen bijdragen rechtsbijstand
De Raad stelt voorop dat aan het bestuursorgaan niet de bevoegdheid kan worden ontzegd om terug te komen van een eerder gevolgde gedragslijn, waarbij geclaimde kosten ter zake van verschuldigde griffierechten en eigen bijdragen voor rechtsbijstand kennelijk door middel van bijzondere bijstandsverlening werden vergoed zonder dat bewijsstukken van die kosten werden verlangd.
Verkoop van goederen op internet en de gevolgen daarvan voor het recht op bijstand
Verkoop van goederen op internet en de gevolgen daarvan voor het recht op bijstand
Appellant heeft aangevoerd dat er geen sprake was van inkomsten, omdat de goederen die werden verkocht al bij hem in bezit waren, zodat slechts sprake was van een omzetting van goederen in geld. De Raad stelt voorop dat het, anders dan appellant veronderstelt, voor de toepassing van de WWB niet verboden is om goederen via internet te verkopen, mits daarvan melding wordt gemaakt aan het bijstandverlenend orgaan indien daarmee inkomsten worden gegenereerd.
Tijdens het huisbezoek heeft appellant geen inzage verleend in laden van het dressoir waardoor hij niet heeft voldaan aan de op hem rustende medewerkingsverplichting met als gevolg dat zijn recht op bijstand niet is vast te stellen
Tijdens het huisbezoek heeft appellant geen inzage verleend in laden van het dressoir waardoor hij niet heeft voldaan aan de op hem rustende medewerkingsverplichting met als gevolg dat zijn recht op bijstand niet is vast te stellen
Appellant heeft de medewerkers van DWI toestemming gegeven voor het huisbezoek op 25 april 2009. Tijdens dat huisbezoek heeft hij geweigerd de medewerkers van DWI inzage te verlenen in drie laden van een dressoir in de woning. Het College heeft vervolgens de aanvraag om bijstand afgewezen op de grond dat appellant de op hem rustende medewerkingsverplichting heeft geschonden en dat als gevolg daarvan niet kan worden vastgesteld of hij recht heeft op bijstand.
Bij de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete moet de bestuursrechter zonder terughoudendheid toetsen of de door het bestuursorgaan opgelegde boete niet onevenredig is, en zo neen zelf de wel evenredige boete vaststellen
Bij de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete moet de bestuursrechter zonder terughoudendheid toetsen of de door het bestuursorgaan opgelegde boete niet onevenredig is, en zo neen zelf de wel evenredige boete vaststellen
Indien is voldaan aan de in artikel 14a van de TW gestelde voorwaarden voor het opleggen van een boete, dan moet het Uwv – zoals thans ook is vastgelegd in artikel 5:46, tweede lid, van de Awb – bij de aanwending van deze bevoegdheid het bepalen van de hoogte van de boete afstemmen op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Daarbij moet zo nodig rekening worden gehouden met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.
‘Toegang burger tot de rechter in het geding’
‘Toegang burger tot de rechter in het geding’
Den Haag, 3 mei 2010 – Bezuinigingsvoorstellen in het heroverwegingsrapport ‘Veiligheid en Terrorisme’ hebben onaanvaardbare gevolgen voor de toegang tot en de kwaliteit van de rechtspraak. Het rapport heeft onvoldoende aandacht voor de bijzondere positie van de Rechtspraak in de samenleving en in het staatsbestel. De Raad voor de rechtspraak vindt het onjuist dat de voorstellen zich uitstrekken tot de Rechtspraak. De Raad schrijft dat vandaag in een reactie op het rapport aan de Minister van Justitie.
Gerard Spong over zijn gevoel voor rechtvaardigheid
Haags Gerechtshof vernietigt aan Staat opgelegde verbod tot uitvoering en toepassing van het Tijdelijk besluit arbeidsovereenkomst post
Haags Gerechtshof vernietigt aan Staat opgelegde verbod tot uitvoering en toepassing van het Tijdelijk besluit arbeidsovereenkomst post
Den Haag, 13 april 2010 – Het gerechtshof in Den Haag heeft op 13 april 2010 het kort-gedingvonnis van de Haagse rechtbank vernietigd waarin de Staat werd verboden uitvoering en toepassing te geven aan het Tijdelijk besluit arbeidsovereenkomst post. De rechtbank deed dit op vordering van de Werkgeversvereniging Postverspreiders Nederland en twee nieuwe postbedrijven (Sandd en DPMD). Het hof is van oordeel dat eisers bij deze zaak geen spoedeisend belang hebben en dat de zaak zich daarmee niet voor een kort geding leent.
Hoge Raad verklaart het vrouwenstandpunt van de SGP in strijd met VN-Vrouwenverdrag
Hoge Raad verklaart het vrouwenstandpunt van de SGP in strijd met VN-Vrouwenverdrag
Den Haag, 9 April 2010 – De kern van de uitspraak van de Hoge Raad is dat de SGP vrouwen niet mag uitsluiten van kandidatenlijsten voor de verkiezingen. De Staat is verplicht effectieve maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de SGP het passief kiesrecht aan vrouwen binnen de partij toekent. Maar de rechter is niet bevoegd specifieke maatregelen voor te schrijven die de Staat zou moeten treffen. De rechter kan ook geen bevel geven de subsidiëring van de SGP stop te zetten.

