Aanvraag om bijstand ten onrechte buiten behandeling gesteld omdat bepalend is waar betrokkene feitelijk zijn woonplaats heeft.

Aanvraag om bijstand ten onrechte buiten behandeling gesteld omdat bepalend is waar betrokkene feitelijk zijn woonplaats heeft.

Het College was niet bevoegd de aanvraag om een bijstandsuitkering buiten behandeling te stellen onder toepassing van artikel 4:5, eerste lid van de Awb. Gelet op artikel 4:2, tweede lid, van de Awb, gaat het om gegevens die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover de aanvrager redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Het enkele feit dat bij de aanvraag het door betrokkene opgegeven woon-/verblijfadres niet overeenstemt met het adres waarop hij in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) staat ingeschreven staat op zichzelf niet aan het recht op bijstand in de weg.

Appellante heeft voldaan aan de voorwaarde voor het recht op langdurigheidstoeslag nu zij binnen de referteperiode de teveel ontvangen bijstand als gevolg van schending van de inlichtingenverplichting heeft terugbetaald

Appellante heeft voldaan aan de voorwaarde voor het recht op langdurigheidstoeslag nu zij binnen de referteperiode de teveel ontvangen bijstand als gevolg van schending van de inlichtingenverplichting heeft terugbetaald

Appellante heeft in de referteperiode uitsluitend bijstand als inkomen ontvangen. Binnen deze periode heeft appellante als gevolg van schending van de op haar rustende inlichtingenverplichting gedurende ruim vijf maanden ten onrechte bijstand naar de norm voor gehuwden ontvangen. Eveneens binnen de referteperiode is dit gecorrigeerd, in die zin dat de bijstand is herzien en teruggevorderd en appellante het teruggevorderde bedrag heeft terugbetaald.

Terugvordering bijzondere bijstand voor griffierecht

Terugvordering bijzondere bijstand voor griffierecht

Ter uitvoering van twee uitspraken van de Raad heeft het Uwv aan appellant de door hem betaalde griffierechten vergoed. Het College is bevoegd die bijzonder bijstand met toepassing van artikel 58, eerste lid, aanhef en onder f, ten tweede, van de WWB van appellant terug te vorderen. Geen sprake van dringende redenen op grond waarvan het College van terugvordering moet afzien.

Verkoop van goederen op internet en de gevolgen daarvan voor het recht op bijstand

Verkoop van goederen op internet en de gevolgen daarvan voor het recht op bijstand

Appellant heeft aangevoerd dat er geen sprake was van inkomsten, omdat de goederen die werden verkocht al bij hem in bezit waren, zodat slechts sprake was van een omzetting van goederen in geld. De Raad stelt voorop dat het, anders dan appellant veronderstelt, voor de toepassing van de WWB niet verboden is om goederen via internet te verkopen, mits daarvan melding wordt gemaakt aan het bijstandverlenend orgaan indien daarmee inkomsten worden gegenereerd.

Tijdens het huisbezoek heeft appellant geen inzage verleend in laden van het dressoir waardoor hij niet heeft voldaan aan de op hem rustende medewerkingsverplichting met als gevolg dat zijn recht op bijstand niet is vast te stellen

Tijdens het huisbezoek heeft appellant geen inzage verleend in laden van het dressoir waardoor hij niet heeft voldaan aan de op hem rustende medewerkingsverplichting met als gevolg dat zijn recht op bijstand niet is vast te stellen

Appellant heeft de medewerkers van DWI toestemming gegeven voor het huisbezoek op 25 april 2009. Tijdens dat huisbezoek heeft hij geweigerd de medewerkers van DWI inzage te verlenen in drie laden van een dressoir in de woning. Het College heeft vervolgens de aanvraag om bijstand afgewezen op de grond dat appellant de op hem rustende medewerkingsverplichting heeft geschonden en dat als gevolg daarvan niet kan worden vastgesteld of hij recht heeft op bijstand.