Vergelijking buitenlandse rechtsfiguur met Nederlandse equivalent
Vergelijking buitenlandse rechtsfiguur met Nederlandse equivalent
De Raad dient te beoordelen of de vereisten voor en de rechtsgevolgen van de aan appellante toegekende “rémunération de sa garde” overeenkomen met die van de Nederlandse partneralimentatie als bedoeld in Boek 1 van het BW. Voorop moet worden gesteld dat de rémunération wel enig overeenkomst vertoont met de Nederlandse partneralimentatie, voor zover de rémunération bedoeld is als een vergoeding voor de vrouw, omdat zij als gevolg van de verzorging van het kind c.q. de kinderen in ieder geval deels niet in haar eigen levensonderhoud kan voorzien.
Appellante heeft voldaan aan de voorwaarde voor het recht op langdurigheidstoeslag nu zij binnen de referteperiode de teveel ontvangen bijstand als gevolg van schending van de inlichtingenverplichting heeft terugbetaald
Appellante heeft voldaan aan de voorwaarde voor het recht op langdurigheidstoeslag nu zij binnen de referteperiode de teveel ontvangen bijstand als gevolg van schending van de inlichtingenverplichting heeft terugbetaald
Appellante heeft in de referteperiode uitsluitend bijstand als inkomen ontvangen. Binnen deze periode heeft appellante als gevolg van schending van de op haar rustende inlichtingenverplichting gedurende ruim vijf maanden ten onrechte bijstand naar de norm voor gehuwden ontvangen. Eveneens binnen de referteperiode is dit gecorrigeerd, in die zin dat de bijstand is herzien en teruggevorderd en appellante het teruggevorderde bedrag heeft terugbetaald.
Tijdens het huisbezoek heeft appellant geen inzage verleend in laden van het dressoir waardoor hij niet heeft voldaan aan de op hem rustende medewerkingsverplichting met als gevolg dat zijn recht op bijstand niet is vast te stellen
Tijdens het huisbezoek heeft appellant geen inzage verleend in laden van het dressoir waardoor hij niet heeft voldaan aan de op hem rustende medewerkingsverplichting met als gevolg dat zijn recht op bijstand niet is vast te stellen
Appellant heeft de medewerkers van DWI toestemming gegeven voor het huisbezoek op 25 april 2009. Tijdens dat huisbezoek heeft hij geweigerd de medewerkers van DWI inzage te verlenen in drie laden van een dressoir in de woning. Het College heeft vervolgens de aanvraag om bijstand afgewezen op de grond dat appellant de op hem rustende medewerkingsverplichting heeft geschonden en dat als gevolg daarvan niet kan worden vastgesteld of hij recht heeft op bijstand.